Na grote overstromingen van de Dijle legde het provinciebestuur alle moleneigenaars aanpassingen aan alle stuwen en sluizen op. De hertogin van Arenberg zag op tegen deze kosten en verkocht in 1902 de molen aan haar pachter: Victor Van Doren. Nog datzelfde jaar werden beide stuwen gerenoveerd, de beide waterwielen vervangen door een krachtige waterturbine en het silogebouw gebouwd.

Een jaar na de plaatsing van de turbine in Rotselaar werd bovenstaande turbine geïnstalleerd in een molen in Straatsburg, door dezelfde firma: Schneider-Jaquet. Wellicht zijn enkele van bovenstaande mannen in Rotselaar aan het werk geweest.
Men ging 24u op 24u malen, in een drieploegenstelsel, 6 dagen op 7. Vandaar ook de noodzaak om het gebouw te verlichten. Vanaf 1907 ging men elektriciteit opwekken met de kracht van het water. De molenaar die ook gemeentesecretaris was, stelde de gemeente voor om de beide bruggen over de Dijlearmen 's nachts te verlichten.Dit groeide al voor de eerste wereldoorlog uit tot een openbaar verlichtingsnet. Ook de woningen langs deze straten sloten aan. Rotselaar was daarmee één van de eerste gemeenten in de buurt die geëlektrificeerd werden. |
|